Voor ouders

Heb jij of hebben jullie problemen met opvoeden door ADHD, Autisme, PDD-NOS? Of heb je zorgen om de kinderen of om jezelf na een echtscheiding, neem gerust vrijblijvend contact op, misschien kunnen wij iets voor je betekenen.

Maak je je zorgen over het gedrag van je kind of van je puber thuis of op school en wil je ondersteuning om daarmee om te gaan? Je kunt ons bellen of mailen. Ook kun je het wijkteam vragen samen met jou met ons in gesprek te gaan. 

Opvoedingsondersteuning

De uitspraak ‘opvoeden gaat eigenlijk vanzelf’ maakt dat de meeste ouders de wenkbrauwen fronsen. Iedereen die met kinderen te maken heeft weet hoeveel energie, tijd en soms pijn het kost om kinderen op te voeden. Pubers en hun soms ineens zo andere gedrag zijn voor ouders vaak een uitdaging en soms ook een bron van zorg. Ouders merken dat ze grip op hun zoon of dochter verliezen en weten soms niet hoe hier meer om te gaan. Heb je hier vragen over, bel of mail ons gerust. 

Kinderen met ADHD, autisme of PDD-NOS

ADHD

Tussen kinderen met ADHD bestaan net zoveel verschillen als tussen ‘gewone’ kinderen. Kinderen met ADHD verschillen ook in mate van ADHD-gedrag. Ze zijn dus niet altijd en ook niet allemaal even druk, impulsief of ongeconcentreerd. Bij kinderen met ADD is vooral de hyperactiviteit minder zichtbaar.

ADHD is een diagnose op basis van een combinatie van gedragskenmerken, die meestal naar voren komen in de kindertijd. Soms treden de kenmerken pas op latere leeftijd zodanig op de voorgrond dat ze herkend worden. 

Op latere leeftijd wordt de ADHD vaak minder. Toch blijven 6 op de 10 mensen er last van houden. Er zijn dus ook veel volwassenen met ADHD. Een goede begeleiding en behandeling kan het gedrag dat met ADHD gepaard gaat, normaliseren. ADHD wordt vaker gediagnosticeerd bij jongens dan bij meisjes.

Autisme

Kinderen met een autismespectrumstoornis (ASS) denken op een andere manier en dat heeft invloed op het kunnen begrijpen wat een ander denkt en voelt, op het bedenken hoe iets zal gaan en op communicatie met anderen. Ook kunnen kinderen me autisme de prikkels die binnenkomen via hun zintuigen, zoals geluiden of temperatuur, anders verwerken. Daardoor zijn ze voor sommige prikkels extra gevoelig en merken ze andere prikkels juist nauwelijks op.

Alles wat kinderen met autisme zien, horen, ruiken, proeven of voelen, wordt op een andere manier verwerkt in de hersenen. Kinderen met autisme kunnen onderling sterk van elkaar verschillen. Elk kind heeft dan ook een andere mix van sterke en zwakke kanten. Sommigen hebben bijvoorbeeld een goed oog voor detail, zijn eerlijk en recht door zee. Maar diezelfde kinderen kunnen tegelijkertijd moeite hebben met sociale contacten, met overzicht houden en opvallend weinig verschillende interesses hebben. 

Autisme kan samengaan met een verstandelijke beperking, maar komt ook regelmatig voor bij kinderen met een gemiddelde tot hoge intelligentie.

PDD-NOS

Kinderen met PDD-Nos, reageren anders op interne en externe prikkels, maar vooral het vermogen zich op anderen te richten en het eigen gedrag in sociale situaties goed te besturen.Met PDD- NOS wordt een groep kinderen bedoeld die wel kenmerken heeft van het autisme, maar niet genoeg om deze diagnose te krijgen.

Kinderen met PDD-Nos ervaren de wereld anders dan het gemiddelde kind en tonen behoefte aan een grote mate van voorspelbaarheid en zekerheid. Ze houden zich bij voorkeur vast aan bekende regels en patronen en zijn weinig flexibel in de aanpassing aan veranderende omstandigheden. 

Driftbuien en angsten komen bij hen meer dan gemiddeld voor. Kinderen met PDD-Nos vragen om een gestructureerde, voorspelbare omgeving. Soms draait ongemerkt het hele gezinsleven om het kind met PDD-Nos. Dit kan problemen geven met de broertjes en zusjes. Ouders krijgen soms het verwijt dat ze hun kinderen te veel beschermen. Dit is meestal niet terecht en pijnlijk voor de ouders. Omdat ook in het onderwijs de problemen van deze kinderen vaak slecht worden begrepen, functioneren zij dikwijls onder hun intelligentieniveau.

"Vorig jaar zijn we verhuisd. Ik zit nu op een andere school en zie mijn opa en oma bijna niet meer. Daarom werd ik boos en luisterde ik niet op school. Ik riep lelijke dingen en sloeg andere kinderen. Door grappig te doen, hoopte ik dat ze me weer aardig vonden. De juf zei dat ik niet meer op school mocht komen, als ik zo bleef doen. Dat vond ik niet erg. Misschien kon ik weer naar mijn oude school en naar opa en oma! Toen kreeg ik hulp. Ik mocht vertellen hoe ik mij voelde. Papa en mama hoorden dat ook. Ze wisten niet dat ik opa en oma zo miste. De juf en ik hebben afspraken gemaakt. We oefenen wat ik kan doen als ik boos ben. Zo voel ik me rustiger en weer blij. Ik sla en scheld niet meer. Ik vind het weer leuk in de klas. De juf is trots op mij. Als ik opa en oma mis, vertel ik dat nu meteen aan papa en mama."

Natasja (8 jaar)